Borstvoeding tijdens werk
Door de overheid is vastgelegd dat je in werktijd borstvoeding kunt geven of kolven totdat je kind negen maanden is. Je mag hiervoor maximaal een kwart van je werktijd gebruiken. Maak al voor de bevalling met je werkgever afspraken over hoe je de voeding wilt gaan regelen. Je werkgever dient een geschikte, afsluitbare ruimte beschikbaar te stellen voor het voeden of kolven. Is dat niet mogelijk, dan krijg je de gelegenheid zelf een plek te regelen of naar de baby toe te gaan.
Het is uiteindelijk de bedoeling dat je met je werkgever concrete afspraken maakt over de uiteindelijke invulling van de genoemde regelingen. Lukt het niet om tot afspraken te komen dan kan contact worden gezocht met de bedrijfsarts of ondernemingsraad voor advies en bemiddeling. Blijven er problemen, dan kan contact worden gezocht met de vakbond of met de arbeidsinspectie.
Bovenstaande is in de wet geregeld:
Periode van borstvoeding, arbeidstijdenwet, artikel 4.3.8.
- Een vrouwelijke werknemer, die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste 9 levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven.
- De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is, doch bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de werkgever.
- De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt.
- Elk beding waarbij ten nadele van de vrouwelijke werknemer wordt afgeweken van dit artikel is nietig.



